Beleggen kent risico’s. Je kunt je inleg verliezen.

Les 1.3

Hoe geld gemaakt wordt

Nieuw geld wordt gemaakt door centrale banken: in de vorm van briefjes en munten, maar ook door commerciële banken als onzichtbaar ‘giraal’ geld.

18 min
Test je kennis

Twee soorten banken

Van banken bestaan er grofweg twee soorten: centrale banken en commerciële banken. Allebei maken ze op hun eigen manier geld. 

  • Centrale banken zijn publieke instellingen die het geld van een land of landengroep beheren. Denk aan de Europese Centrale Bank (ECB) voor de eurozone, De Nederlandsche Bank (DNB) voor Nederland en de Federal Reserve (Fed) voor de VS.
  • Commerciële banken zijn bedrijven met een winstoogmerk. Ze verdienen geld door leningen te verstrekken, betaal- en spaarrekeningen aan te bieden en andere financiële diensten te leveren. Denk aan ING, ABN AMRO, de Rabobank, ASN Bank en Triodos. 

Fig. 1 Hoe banken geld maken

Centrale banken: chartaal geld

Centrale banken zijn verantwoordelijk voor de creatie van chartaal geld. Dat wil zeggen: het geld dat je kunt vasthouden. Munten en biljetten dus. 

In de eurozone worden:

  • biljetten geprint via de centrale banken van de eurolanden, zoals De Nederlandsche Bank (DNB). De Europese Centrale Bank (ECB) beheert de hoeveelheid bankbiljetten die in omloop zijn en controleert of de verschillende centrale banken hun werk goed doen.
  • munten gemaakt via de nationale overheden van de eurolanden. De Europese Centrale Bank (ECB) moet de hoeveelheid uitgegeven munten goedkeuren. De Europese Commissie coördineert alles wat met munten te maken heeft. 
Wist je dat?

Munten uit The Dutch Vault

De Nederlandse overheid slaat zijn munten niet zelf, maar heeft dat uitbesteed aan de KNM: de Koninklijke Nederlandse Munt. De KNM is gevestigd in Houten, in een goudkleurig gebouw dat ‘The Dutch Vault’ heet – De Nederlandse Kluis. 

Commerciële banken: giraal geld 

Commerciële banken brengen geen munten en biljetten uit, maar creëren giraal geld (dat je niet kunt vasthouden, maar wat je ziet als je in je bankapp kijkt). Het ontstaat wanneer mensen geld bij hen lenen. 

Praktijkvoorbeeld

Sophie en David gaan voor het eerst een huis kopen. Ze hebben een mooie jaren 30-woning op het oog, waarvoor ze € 350.000 willen lenen bij de bank.

Om in te schatten of het stel de lening stap voor stap kan terugbetalen, onderzoekt de bank eerst de financiële situatie van het stel. Verdienen ze genoeg? Is hun inkomen stabiel? Hebben ze geen schulden die een probleem kunnen worden? 

Het financiële plaatje ziet er goed uit en de bank gaat akkoord. De bank schrijft in de boekhouding dat Sophie en David hem € 350.000 schuldig zijn. Op dat moment creëert de bank € 350.000. Geen geld dat ‘echt’ bestaat, in de zin dat je het kunt vasthouden – het bedrag bestaat alleen op papier. 

Niet veel later staat het bedrag op de bankrekening van Sophie en David, die er hun eerste huis mee kopen. 

Typisch voor dit girale geld is dat het ook weer verdwijnt: 

Praktijkvoorbeeld

Fast-forward: Sophie en David wonen nu een halfjaar in hun woning, die ze helemaal hebben opgeknapt. Elke maand lossen ze een klein deel van hun lening af – ze betalen de bank in stappen terug. Met elke terugbetaling wordt hun schuld bij de bank een beetje kleiner.  

Wanneer ze in de toekomst de hele lening hebben afgelost, staat er bij de bank weer 0 op de balans. Het gecreëerde bedrag van € 350.000 is dan verdwenen. 

Om te onthouden

  • Chartaal geld kun je vasthouden: het zijn munten en biljetten. Centrale banken zijn hiervoor verantwoordelijk.
  • Commerciële banken creëren geld door leningen uit te geven. Dit is giraal geld, dat alleen virtueel bestaat (je kunt het niet vasthouden).
  • Het geld van commerciële banken verdwijnt uit de economie wanneer leningen worden afgelost. 
Test je kennis

Van de € 350.000 die Sophie en David van de bank hebben geleend, gebruiken ze € 325.000 om het huis te kopen. De overige € 25.000 gaat naar opknapwerk. Ze huren onder andere een tegelzetter in, voor een klus van € 5.000. Dit bedrag maken ze via de bank naar hem over.

De tegelzetter zet € 1.000 van deze € 5.000 op zijn spaarrekening, gebruikt € 900 voor de automatische incasso van zijn huur en pint € 50 voor zijn neefje dat binnenkort jarig is. De rest houdt hij op zijn betaalrekening.

Wanneer is er in dit voorbeeld nieuw geld gemaakt?

Toen Sophie en David voor het opknapwerk betaalden
Toen de tegelzetter de € 5.000 kreeg
Toen de bank de lening van € 350.000 in zijn boekhouding zette
Toen de € 50 cash werd opgenomen
Naar de volgende les